‘Energierijk rantsoen met snijmais en MKS‘

Met 30 jaar ervaring als melkvee-proefbedrijf op lichte zandgrond in een waterwingebied, weet men bij proefboerderij De Marke alles over de kansen en uitdagingen van ruwvoerteelt onder moeilijke omstandigheden. In het streven naar een maximale voederwaardeopbrengst en benutting van eigen land werd in 2021 een gedeelte van de mais als MKS geoogst.  

‘Ons onderzoeksprogramma is gericht op drie thema’s waar de melkveehouderij in Nederland mee aan de slag moet: kringlooplandbouw, klimaat en natuurinclusieve landbouw. Middels systeemonderzoek willen we op deze thema’s kennis ontwikkelen en verspreiden. De maisteelt heeft als tweede grootste ruwvoergewas raakvlakken met al deze drie thema’s. Mais staat best onder druk, maar ons standpunt is momenteel dat mais een hele belangrijke rol voor de melkveehouderij blijft spelen’, licht bedrijfsleider Zwier van der Vegte toe.

Zwier van der Vegte, bedrijfsleider op Agro-innovatiecentrum De Marke

Emissies verlagen

‘Op het vlak van biodiversiteit, bodemkwaliteit en gewasbescherming staat mais minder positief te boek dan grasland. Mais levert op drogere zandgrond echter een veel hogere opbrengst dan gras, zeker bij droge zomers. Mais levert dan zelfs een aanzienlijke ruw eiwit-opbrengst én de energie om je gras te benutten. Daarbij liggen er opgaves om de emissie van ammoniak en methaan fors te verlagen, dan kun je bijna niet om mais heen.’

3 kg zetmeel uit mais

‘Om deze emissies te verlagen proberen we met zo weinig mogelijk ruw eiwit in het rantsoen een goede melkproductie te realiseren. We voeren in de winter 4 maanden een constant rantsoen met 50% mais. Begin december startten we met MKS voeren, 1,5 drogestof per dag. Samen met de snijmais die we dan iets terugzetten voeren we 3 kg zetmeel uit mais. De MKS is met 55% drogestof, 1.200 VEM en 618 gram zetmeel een hele mooie energiebron. Om de productie van 33 à 34 liter met goede gehaltes te ondersteunen moet het rantsoen veel energie leveren.’

(on)bestendig zetmeel

‘Een groot voordeel is dat je op het laatste moment nog kunt beslissen of je de mais deels als MKS oogst of niet. Zo hebben we op De Marke de laatste drie jaar geen MKS gemaakt omdat de grasopbrengst laag was. Dit jaar oogstten we volop gras en hebben we op 8 oktober de laatste 5 hectare mais als MKS geoogst. Je moet MKS niet al té laat oogsten, want dan wordt het zetmeel te bestendig. We laten de kuil ook minstens 6 weken dicht zodat het zetmeel onbestendiger wordt. Daarmee krijg je veel energie op pensniveau voor de microbiële eiwitvorming en voorkom je darmverzuring.’

20 ton compost

Om nog aan het einde van het seizoen te beslissen of je MKS maakt is een geschikt maisras nodig. ‘Wij hebben de laatste 2 jaar hele goede ervaringen met LG 31.205. Een zeer vroeg ras, dat in opbrengst niet onderdoet voor veel late rassen. Als snijmais levert hij ruim 1.000 VEM per kg drogestof, niet alleen uit zetmeel maar ook uit een goede plantverteerbaarheid. Dat past heel mooi naast de MKS. Na de oogst blijft ongeveer 5 ton drogestof aan plantresten achter op het land, dat komt overeen met 20 ton compost. In combinatie met gras-mais wisselteelt en een goed vanggewas na de mais, houden we het organische stofgehalte zo goed op peil.’

Meer tips of persoonlijk advies? Vraag het je ruwvoerspecialist:

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Of stel Robert ter Maat een vraag via: